Terug in de tijd

In vroeger tijden een nederzetting in De Peel, op zichzelf aangewezen: Deurne bleef eeuwenlang een dorp "in de uitgestrektheid van het Peellandt, gelegen in een schijnbaar doodsche rust (...) totdat het winstspeurende menschenoog eindelijk de verborgen schatten had ontdekt." (H.A.J. Maas, "Het Goud van De Peel", 1909). Deurne is onlosmakelijk verbonden met De Peel. In vroeger tijden deels een moerassig gebied, deels heidevelden: schaars bewoond is De Peel een gebied waarvoor veel mensen bang zijn, een "sonderlingh verlaten oort" waar men slechts doorheen kan trekken in tijden van grote droogte en bij vorst. Her en der lagen kleine dorpen en gehuchten, volledig op zichzelf teruggeworpen.
Deurne is een van die dorpen die reeds vele eeuwen in De Peel liggen. In 721 wordt Deurne door een zekere Herelaef aan Willibrord geschonken. Over dit historisch moment lezen we in Het Gouden Boek van Echternach (Luxemburg) uit de 12e eeuw.
In het midden van de 19e eeuw breekt Deurne echt door! In 1845 praat de Tweede Kamer over de aanleg van de spoorlijn Vlissingen-Venlo die, in de buurt van Deurne, dwars door De Peel zal gaan lopen. Dan ook krijgt ’het kapitaal’ belangstelling voor De Peel: de ijzeren lijn biedt uitstekende perspectieven voor het turftransport, Helenaveen krijgt zijn plaats in de atlas en turf uit Deurne gaat "Europa in". Deurne wordt een miljoenenparadijs, want daar lagen de rijkste veengronden. In de twintigste eeuw neemt het belang van turf en turfproducten geleidelijk af.
De geschiedenis van de kerkdorpen Vlierden en Liessel toont gelijkenissen met die van Deurne: Vlierden ontstond in de vroege Middeleeuwen en kent hetzelfde jaartal als Deurne: 721. Liessel wordt voor het eerst in geschriften vermeld in de 14e eeuw.
Enkele gehuchten van Neerkant worden reeds in de late Middeleeuwen vermeld: Moosdijk en Heitrak. Het centrum van Neerkant krijgt gestalte in de 18e eeuw.